Prompt de mensen eerst

De kwaliteit van AI-output hangt af van de kwaliteit van de menselijke input.

Wanneer is dit relevant?
Situatie

Je bereidt een sessie voor waarin AI een rol gaat spelen. Je denkt na over welke prompt je gaat gebruiken.

Wat ik merk

De kwaliteit van wat AI kan doen hangt volledig af van wat je het geeft. En wat je het geeft, hangt af van hoe je mensen aanzet om te delen. De vraag "hoe prompt ik de AI?" komt dus eigenlijk na een belangrijkere vraag: "hoe prompt ik de mensen?"

Het principe

Als je de menselijke ervaring goed ontwerpt (de juiste vragen, in de juiste volgorde, die uitnodigen tot verhalen in plaats van alleen meningen) dan wordt de AI-prompt bijna vanzelfsprekend.

Vraag

Heb ik de input-ervaring ontworpen?


Waarom deze pagina in de veldgids

Je zou verwachten dat een veldgids over AI draait om de juiste prompts. Maar de technieken uit de vorige pagina's (transcriptie, analyse, patroonherkenning) werken alleen als de input goed is. En die input komt van mensen.

Het verschil dat het verschil maakt

Twee vragen, zelfde doel: een beeld krijgen van hoe samenwerking beter kan:

Vraag A: "Hoe zou de samenwerking er idealiter uitzien?"

Vraag B: "Kun je een moment beschrijven waarop de samenwerking goed voelde? Wat gebeurde er toen?"

Vraag A levert abstracte antwoorden. Theorie. Meningen over hoe het zou moeten.

Vraag B levert verhalen. Ruwe olie. Een concreet moment dat je kunt onderzoeken.

AI kan met beide werken. Maar wat je terugkrijgt is fundamenteel anders.

Van meningen krijg je samenvattingen van wat mensen al wisten dat ze vonden. Van verhalen krijg je details waar mensen zelf nog niet over hadden nagedacht: wie erbij was, wat het anders maakte, hoe het voelde. Dat zijn de puzzelstukjes waar AI iets mee kan.

Maar hoe ontwerp je vragen die die puzzelstukjes opleveren?


De deconstructed burger

Ik denk graag aan workshops als een 'deconstructed burger': je begint bij wat je op het bord wilt hebben, en werkt terug naar de ingrediënten.

Waarom dit werkt: Vanuit mijn ontwerpachtergrond leerde ik het volgende bij het testen van prototypes: als je mensen vraagt "Zou je dit kopen?" of "Wat zou je hiervoor betalen?", krijg je een hypothetisch antwoord. Ze denken na over wat ze zouden moeten vinden.

Maar als je datzelfde prototype als product ergens in een winkel zou leggen, en je zou observeren of ze het daadwerkelijk oppakken, bekijken, en kopen, dan zie je echt gedrag.

Dezelfde logica geldt voor workshops: ontwerp vragen die mensen in hun ervaring zetten, niet in hun analyse. Vraag niet wat ze vinden, maar wat ze hebben meegemaakt.

Stap 1: Begin bij het doel Wat wil je aan het einde van de sessie hebben? Welke output heb je (als groep) nodig om verder te kunnen?

Stap 2: Werk terug naar puzzelstukjes Welke ingrediënten heb je nodig om daar te komen? Welke inzichten, perspectieven, ervaringen?

Stap 3: Bepaal de volgorde In welke volgorde vraag je de puzzelstukjes uit? Begin met ervaring, eindig met analyse, zodat mensen vanuit hun gevoel spreken, niet vanuit hun hoofd.

Stap 4: Formuleer de vragen Hoe krijg je elk puzzelstukje uit mensen? Niet één grote vraag, maar losse vragen die elk iets specifieks opleveren. prompt-mensen-eerst-backwards-design.pngAfbeelding: prompt-mensen-eerst-backwards-design.png Voorbeeld:

  • Doel: Prioriteiten bepalen op basis van echte ervaring
  • Puzzelstukjes: Impact-inschatting + moeite-inschatting + waarde voor anderen
  • Volgorde: Eerst impact (emotie), dan moeite (praktijk), dan waarde (ander perspectief)
  • Vragen:
    1. "Beschrijf een moment waarin dit echt impact had"
    2. "Wat kostte het je om dit te doen?"
    3. "Wie was er blij mee, en hoe merkte je dat?"

Pas daarna denk je aan AI. De prompt wordt simpeler omdat de input rijker is.

In een co-creatieve sessie met 30 mensen zag ik dit heel concreet werken.


Uit de praktijk

Transformatieplan mentaal gezondheidsnetwerk: backwards design in actie

In het transformatieproject voor een mentaal gezondheidsnetwerk moesten betrokkenen een visie formuleren. Drie thema's (Sociale Kaart, Overlegtafel, Verkennend Gesprek) werden parallel uitgewerkt door verschillende groepen.

Dit voorbeeld toont hoe goed sessie-ontwerp vóórdat je met AI aan de slag gaat het verschil maakt. De facilitators Rianne en Jojanneke hadden de sessie voorbereid met zorgvuldig ontworpen vragen. Zij hadden de puzzelstukjes al bedacht. Mijn rol was om met AI op te halen wat zij hadden geoogst: eigenlijk alleen maar terug te spiegelen wat er al in patronen zat.

Het doel: Niet alleen "wat vinden jullie?" maar een concreet 5-jaarsbeeld met stappen om daar te komen.

De puzzelstukjes:

  1. Perspectief: hoe ziet dit er over 5 jaar uit?
  2. Cruciale onderdelen die er sowieso in moeten
  3. Welk ander gedrag zie je terug?
  4. Welke stappen zijn nodig om daar te komen?

De extractie-vragen (ontworpen door de facilitators):

  • "Schets voor jezelf het beeld over 5 jaar, tekenen of opschrijven mag"
  • "Wat zijn cruciale onderdelen die er sowieso in moeten zitten?"
  • "Welke 'ander' gedrag zie je terug? Wat doen we anders?"
  • "Welke stappen moeten er gezet worden om dit perspectief te realiseren?"

De volgorde maakte het: Eerst het ideaalbeeld (emotie, droom), dan de cruciale onderdelen (wat doet ertoe), dan gedragsverandering (concreet anders), dan stappen (pad ernaartoe). Door deze volgorde spraken mensen vanuit hun verlangen, niet vanuit hun analyse.

De AI-prompt: Omdat de input zo goed gestructureerd was, kon de prompt precies volgen wat de facilitators hadden ontworpen:

Bekijk de volledige prompt

Rol: Je bent een AI-assistent die helpt bij het live documenteren van een transformatieplan-sessie. Jouw taak nu is om de kern van de gevoerde visie-discussie samen te vatten voor directe feedback aan de groep.
Context:
  • Sessie Deel: Einde van Ronde 1 - Discussie over 5-jaarsperspectief (vraag 1 draaiboek).
  • Input: Het volledige transcript van de zojuist afgeronde 60-minuten discussie aan deze tafel.
  • Doel Output: Terugkoppeling aan de deelnemers aan de tafel ter validatie ("Klopt dit beeld?").
Vereiste Schrijfstijl (Pas deze consistent toe):
  • Taal: Formeel, zakelijk Nederlands.
  • Toon: Collaboratief ("we", "samen", "gezamenlijk"), actiegericht, pragmatisch, oplossingsgericht.
  • Perspectief: Geschreven vanuit de samenwerkende partijen, rekening houdend met perspectief van "inwoner", "naaste", "professional".
  • Terminologie: Gebruik correcte en relevante jargon uit de Nederlandse zorg en GGZ (zoals IZA, GALA, MGN, POH-GGZ, positieve gezondheid, herstelgericht, domein overstijgend, etc.) waar passend.
  • Structuur: Gebruik heldere zinnen, opsommingen (bullet points) waar nodig.
Instructies:
  1. Analyseer het volledige input-transcript.
  2. Identificeer het primaire thema dat in dit transcript wordt besproken. Kies uit: 'Sociale Kaart', 'Overlegtafel/transfertafel', of 'Verkennend Gesprek'. Als het thema niet eenduidig te bepalen is, noteer 'Thema Onduidelijk' en stop.
  3. Focus op de gedeelten van het transcript die betrekking hebben op de 5-jaarsvisie (vraag 1 uit het draaiboek: hoe het eruitziet, wat het oplevert, cruciale onderdelen, ander gedrag, randvoorwaarden).
  4. Genereer een beknopte, narratieve samenvatting van de gedeelde 5-jaarsvisie voor het geïdentificeerde thema. Formuleer deze samenvatting strikt volgens de Vereiste Schrijfstijl.
  5. Extraheer een lijst met 3-5 cruciale onderdelen of elementen die volgens de deelnemers absoluut in deze 5-jaarsvisie moeten zitten. Presenteer dit als een duidelijke bullet-point lijst.
  6. Controleer op eventueel genoemde KPI's of meetbare resultaten en neem deze op in de samenvatting of de lijst.
Input Transcript: [Hier het volledige transcript]
Output Format: Geïdentificeerd Thema: [Sociale Kaart / Overlegtafel / Verkennend Gesprek]
Concept Visie [Thema] (ter validatie): [Narratieve samenvatting in de vereiste schrijfstijl]
Cruciale Onderdelen Visie:
  • [Cruciaal onderdeel 1]
  • [Cruciaal onderdeel 2]
  • [Cruciaal onderdeel 3]
  • ...

Wat ik hiervan meeneem: de rijkheid zat in de input, niet in de prompt. Omdat Rianne en Jojanneke de menselijke ervaring zo goed hadden ontworpen, hoefde AI alleen maar te bundelen wat er al was.

Wat me in dit voorbeeld ook opviel: de volgorde van de vragen maakte verschil. Ze begonnen bij het ideaalbeeld, niet bij de problemen.

De volgorde van kadering

Je zag het net in het voorbeeld hierboven: de volgorde maakte het verschil. Dat is een patroon dat ik vaker terugzie.

Beginnen bij problemen:

"Wat zijn de uitdagingen in de samenwerking?"

Dit zet mensen in een kritische modus. Je krijgt een lijst van wat er mis is.

Beginnen bij het ideaal:

"Beschrijf een moment waarop de samenwerking goed voelde. Wat gebeurde er toen?"

Dit zet mensen in een constructieve modus. Je krijgt voorbeelden van waar ze meer van willen.

Vanuit de positieve psychologie: als je begint bij het ideaalscenario en dan terugwerkt naar "Wat zijn de uitdagingen om daar te komen?", heb je de kadering anders gedaan. Mensen denken na over hoe ze ergens kunnen komen, niet over wat er mis is.

De volgorde:

  1. Waar wil je naartoe? (ideaal)
  2. Wat werkt al? (positieve ervaring)
  3. Wat staat in de weg? (uitdaging)

In plaats van:

  1. Wat is er mis? (probleem)
  2. Hoe lossen we dat op? (reparatie)

Dit zijn allemaal ontwerpkeuzes die je vooraf maakt. Maar hoe weet je of een specifieke vraag goed is?


Check je vragen

Een snelle test voor elke vraag die je stelt:

Vraag ik om...Wat ik krijg
Een meningAbstractie, theorie
Een ervaringVerhaal, ruwe olie
Een analyseDenken, niet voelen
Een herinneringGevoel, detail, echtheid

De simpele check:

Vraag ik om een mening of een ervaring?

Als het een mening is, herformuleer naar een ervaring.

Voorbeeld:

  • ❌ "Wat vind je van de communicatie in het team?"
  • ✅ "Kun je een moment beschrijven waarin je dacht: hier gaat iets mis?"

En als je hulp nodig hebt bij het ontwerpen van die vragen? Dan kun je AI inzetten.


De workshop-voorbereiding

Dit is hoe je AI kan gebruiken om de deelnemers-vragen te ontwerpen:

Ik bereid een workshop voor over [ONDERWERP].
Mijn doel is: [WAT IK WIL BEREIKEN]
De deelnemers zijn: [WIE & EN HUN ROLLEN]
Ontwerp 3-5 vragen die:
  1. Concrete ervaringen oproepen, geen meningen
  2. Elk een ander "puzzelstukje" opleveren
  3. In een logische volgorde staan (van emotie naar analyse)
Per vraag:
  • De vraag zelf
  • Welk puzzelstukje dit oplevert
  • Waarom deze volgorde
Let op:
  • Vermijd "Wat vind je van..."
  • Gebruik "Beschrijf een moment waarin..."
  • Focus op geleefde ervaring, niet op abstracte reflectie
  • "Concrete ervaringen oproepen, geen meningen" — voorkomt dat je abstracte vragen ontwerpt die abstracte antwoorden opleveren
  • "Elk een ander puzzelstukje" — dwingt je om vooraf na te denken over welke ingrediënten je nodig hebt
  • "Van emotie naar analyse" — zorgt dat de volgorde klopt
  • "Vermijd 'Wat vind je van...'" — blokkeert de standaardvraag die meningen oplevert

*Dit is een suggestie: pas aan op jouw specifieke situatie.*

Er zit iets moois in: je gebruikt hier AI om scherper te worden in de vragen die je aan mensen stelt. Niet om die vragen te vervangen, maar om je eigen denken te testen.


De spanning

Er is een keuze die je steeds opnieuw maakt: kan AI me helpen met de input die ik nu heb, of kan ik de vragen die ik aan mensen stel verbeteren?

Beide zijn legitiem. Maar wat ik merk: als de output niet is wat je hoopte, ligt het antwoord vaker bij de vragen dan bij de prompt.

Concreet:

  • Krijg je abstracties terug? Check of je om ervaringen vraagt, niet om meningen.
  • Mist er samenhang? Check of je de puzzelstukjes hebt geïdentificeerd.
  • Voelt het oppervlakkig? Check of de volgorde klopt: ervaring eerst, analyse later.

Veilige uitgangspunten

  • Vraag ik om ervaringen, niet om meningen?
  • Heb ik de puzzelstukjes geïdentificeerd?
  • Is de volgorde van emotie naar analyse?
  • Heb ik de input-ervaring ontworpen voordat ik aan AI dacht?

Bereik mensen waar ze zijn

De input-ervaring begint niet bij de workshop-vraag. Het begint bij de uitnodiging.

In Doesburg leerde de regiegroep dat standaard communicatie (e-mail, websites, flyers) niet altijd werkt als je mensen wilt bereiken in hun eigen leefwereld. Je moet communiceren op de plek en wijze die past bij de doelgroep. Floor de Ruiter, procesbegeleider en expert in bottom-up werken, wist dit uit ervaring:

"Uitnodigen moet je bloemenkwekers niet doen per e-mail... Je moet een appje sturen, want dat lezen ze op de trekker."

Dit is niet alleen een kanaalkeuze. Het is een breder patroon: in de moskee aanwezig zijn in plaats van een brief sturen. Teksten schrijven op groep 8 niveau, niet omdat mensen dom zijn, maar omdat het helder moet zijn. De regiegroep in Doesburg is uiteindelijk ook daadwerkelijk mensen individueel gaan uitnodigen voor een belangrijke sessie.

De les voor "prompt de mensen eerst": als je mensen benadert via een kanaal dat niet van hen is, bereik je ze niet. De vraag "hoe ontwerp ik de input-ervaring?" begint eerder dan je denkt.


Filosofische verdieping

Facilitatie boven prompting

Dit principe gaat dieper dan techniek. Het gaat eigenlijk over de vraag: waar ontstaat waarde?

De neiging is om AI als de waarde-bron te zien. "AI analyseert", "AI vindt patronen", "AI genereert inzichten". Maar AI werkt met wat je het geeft.

De echte waarde-creatie zit in de menselijke ervaring. In wat mensen delen, hoe ze het delen, welke verhalen naar boven komen. AI kan dat versterken, organiseren, verbinden, maar het kan het niet creëren.

Daarom: prompt de mensen eerst.

Het meta-inzicht: soms moet je ook even als een computer nadenken. Wat heb ik nodig om hier te komen? Welke basisblokjes heb ik daarvoor nodig? Dat is vanuit het doel terug ontwerpen. Niet beginnen bij de tools, maar bij het doel. Niet beginnen bij AI, maar bij mensen.

Prompt de mensen eerst | Social AI Veldgids